Gids
Met de auto naar de Costa Brava
De meeste gezinnen die naar de Costa Brava gaan, rijden met de auto. Het is een flink eind — maar met een doordachte route en een overnachting onderweg wordt de rit een deel van de vakantie in plaats van een beproeving. Dit kun je nu al plannen.
Hoe ver is het?
De Costa Brava begint net over de Frans-Spaanse grens en loopt zuidwaarts tot aan Blanes. Vanuit Brussel reken je op zo'n 1.300 km tot het noordelijke deel van de kust, vanuit Amsterdam of Utrecht eerder 1.500 km. Het exacte aantal hangt af van je route en van waar aan de kust je precies naartoe rijdt.
Dat is te ver om met kinderen in één ruk te doen. Het grootste deel is autosnelweg door Frankrijk, dus de route zelf is eenvoudig, maar het blijft een erg lange dag. De rit over twee dagen spreiden is de beste beslissing die je kunt nemen.
De route door Frankrijk
Bijna elke route eindigt op dezelfde manier: door het Rhônedal langs Lyon, langs de Middellandse Zee via Montpellier en Perpignan, en bij Le Perthus de grens over naar Spanje. Tot aan Lyon heb je grofweg drie opties:
- Via Parijs. Zuidwaarts langs Parijs en dan over de A6 naar Lyon. Rond Parijs kan het verkeer flink vaststaan.
- Via Luxemburg. Door Luxemburg, langs Metz, Nancy en Dijon, tot je voor Lyon op de A6 uitkomt. Zo mijd je Parijs volledig.
- Via het Centraal Massief. Sommige gezinnen nemen de A75 via Clermont-Ferrand en het viaduct van Millau. Een groot deel van die snelweg is tolvrij en het landschap is prachtig, maar de route is heuveliger en duurt meestal langer.
Welke route het snelst is, hangt af van waar je vertrekt en van het verkeer die dag. Vergelijk ze vlak voor vertrek in je navigatie-app.
Tip: Vanaf Lyon is het op zomerse weekends druk op de snelweg. Een navigatie-app met live verkeersinfo bewijst hier zijn nut.
Onderweg overnachten
Een overnachting maakt van één zware rit twee haalbare dagen. Voor de plek kun je op twee manieren kiezen:
- Halverwege. Ruwweg in Bourgondië of rond Lyon. Beide rijdagen zijn ongeveer even lang — handig als niemand zin heeft in één lange uitschieter.
- Verder zuidelijk. In het Rhônedal of de Languedoc. De eerste dag is langer, maar de tweede kort: je komt aan de kust aan met het grootste deel van de dag nog voor je, en met energie over om uit te pakken en een eerste keer te zwemmen.
Hotels bij een afrit zijn het makkelijkst: snel gevonden en 's ochtends snel weer op de baan. Een camping of vakantiehuisje vlak bij de route is gezelliger, maar kost meer tijd. Wat je ook kiest: reserveer ruim op voorhand voor juli en augustus, en kies een plek waar je kunt parkeren zonder een stadscentrum in te rijden.
Tip: Leidt je route of je overnachting je een Franse stad in? Kijk dan vooraf of je een Crit'Air-milieusticker nodig hebt. De regels verschillen per stad.
Tol en verkeer in Frankrijk
De meeste Franse autosnelwegen zijn tolwegen (péage). Op een rit van deze lengte loopt dat op, dus neem het mee in je budget. Zoek de actuele kost van je route vooraf op met een tolcalculator.
- Hou een kredietkaart binnen handbereik. Met de kaart betalen is de norm aan de tolpoortjes, maar niet elke bankkaart wordt overal aanvaard.
- Met een télépéage-badge, die je op voorhand bestelt, rijd je door de aparte rijstroken met een 't' en sta je minder lang aan te schuiven.
- Raadpleeg Bison Futé, de Franse verkeersvoorspelling. Die geeft de drukste reisdagen een kleur; de zaterdagen in juli en augustus zijn berucht.
- Kun je op een weekdag rijden, doe het dan. Op een drukke zaterdag scheelt dat al snel uren.
- Check wat je in Frankrijk en Spanje verplicht in de auto moet hebben, zoals fluohesjes. De regels verschillen per land en veranderen af en toe.
Met kinderen in de auto
De autosnelweg is het makkelijke deel. Iedereen op de achterbank anderhalve dag goedgezind houden: daar loont het om vooruit te denken.
- Stop om de twee uur. Langs de Franse autosnelwegen liggen geregeld rustplaatsen. Een aire de repos heeft toiletten, picknicktafels en soms een speeltuintje; een aire de service heeft ook een tankstation, eten en een winkeltje.
- Maak een autotas. Snacks, water, doekjes, reservekleren binnen handbereik, en voor elk kind iets nieuws om te doen: een boekje, een kaartspel, gedownloade afleveringen en een koptelefoon.
- Hou de warmte buiten. Zonneschermpjes voor de achterramen en genoeg water. Hoe zuidelijker, hoe sneller de auto opwarmt bij elke stop.
- Denk twee keer na over 's nachts rijden. Slapende kinderen zijn verleidelijk, maar een vermoeide chauffeur is het echte risico. Doe het alleen als de bestuurder vooraf goed geslapen heeft, en wissel af als dat kan.
- Laat ze meevolgen. Een papieren kaart met de route erop getekend geeft kinderen meer houvast dan elk “zijn we er bijna?”.
- Identiteitskaart voor iedereen. Neem voor elke reiziger een geldige identiteitskaart of paspoort mee, ook voor de kinderen.
Aankomen op de camping
Op een camping check je in aan de receptie, en die heeft meestal vaste openingsuren. Laat op de avond aankomen na twee dagen rijden is zelden een ontspannen start. Plan het laatste stuk dus zo dat je op tijd en bij daglicht aankomt.
Dan het moment waar iedereen naar uitkijkt: stapvoets over de camping, kinderen die al op zoek zijn naar het zwembad, en uitpakken.
Hier merk je ook hoeveel je verblijf uitmaakt. Na zo'n 1.300 km nog je eigen tent opzetten is een heel andere avond dan aankomen bij een tent die al staat. Bij een bungalowtent van Costa Tent staat de tent opgezet en ingericht voor je aankomt: bedden opmaken met je eigen lakens, drank in de frigo, en de vakantie is begonnen.


